3 × 3 km intervaltraining: waarom is deze training zo effectief voor hardlopers?
Een 3 × 3 km intervaltraining is een uitstekende manier om je snelheid, lactaatdrempel en uithoudingsvermogen te ontwikkelen. Vooral voor lopers die trainen voor een snelle 10 kilometer, halve marathon of marathon kunnen lange intervallen van drie kilometer bijzonder waardevol zijn.
In tegenstelling tot korte intervallen van 200 of 400 meter draait deze training niet om maximale snelheid. Het doel is om gedurende langere tijd een stevig, gecontroleerd tempo vol te houden.
Maar hoe snel moet je die drie kilometer lopen? Hoeveel rust neem je tussen de blokken? En wanneer gebruik je deze training in je hardloopschema?
Wat is een 3 × 3 km intervaltraining?
Bij een 3 × 3 km-training loop je drie herhalingen van telkens drie kilometer aan een vooraf bepaald tempo. Tussen de blokken neem je een korte herstelpauze.
Een klassieke uitvoering ziet er als volgt uit:
-
Inlopen: 2–3 km rustig, eventueel aangevuld met enkele versnellingen.
-
Eerste blok: 3 km op een gecontroleerd stevig tempo.
-
Herstel: 2–3 minuten rustig joggen.
-
Tweede blok: opnieuw 3 km aan hetzelfde tempo.
-
Herstel: 2–3 minuten rustig joggen.
-
Derde blok: 3 km aan hetzelfde tempo.
-
Uitlopen: 2–3 km rustig.
In totaal leg je negen kilometer af op je gekozen trainingstempo. Met inlopen, herstelpauzes en uitlopen komt de totale training vaak uit op ongeveer 14–17 kilometer.
De pauzes zorgen ervoor dat je relatief veel kwalitatieve kilometers kunt verzamelen zonder negen kilometer onafgebroken op dezelfde hoge intensiteit te moeten lopen.
Waarom is 3 × 3 km zo'n goede training?
De grootste kracht van deze training is de combinatie van een lange inspanningsduur en gecontroleerde herstelmomenten.
1. Je traint je lactaatdrempel
Wanneer je de drie kilometerblokken rond je lactaatdrempel loopt, geef je je lichaam een gerichte prikkel om langdurige inspanningen op een relatief hoog tempo beter te verwerken.
Door regelmatig rond deze intensiteit te trainen, kun je na verloop van tijd een hogere snelheid aanhouden bij een vergelijkbare fysiologische belasting.
Dat maakt deze training bijzonder interessant voor lopers die hun prestaties op de 10 kilometer en halve marathon willen verbeteren.
Het effect hangt wel af van de gekozen intensiteit. Drie blokken aan rustig marathontempo vormen niet dezelfde drempelprikkel als drie blokken rond je lactaatdrempel.
2. Je verbetert je specifieke uithoudingsvermogen
Negen kilometer op een stevig tempo is een aanzienlijke trainingsprikkel.
Vooral tijdens het tweede en derde blok moet je geconcentreerd blijven lopen terwijl de vermoeidheid geleidelijk toeneemt.
Dat helpt om je tempo beter te controleren en langere inspanningen vol te houden.
3. Je leert gelijkmatig lopen
Een veelgemaakte fout tijdens wedstrijden is te snel starten.
Bij een goede 3 × 3 km-training probeer je alle blokken aan ongeveer dezelfde snelheid af te werken.
Bijvoorbeeld:
| Blok | Tempo | Tijd |
|---|---|---|
| 3 km – blok 1 | 4:00/km | 12:00 |
| 3 km – blok 2 | 4:00/km | 12:00 |
| 3 km – blok 3 | 4:00/km | 12:00 |
Wanneer het derde blok nog gecontroleerd verloopt, is dat vaak een teken dat je de intensiteit goed hebt gekozen.
Je hoeft het laatste blok niet maximaal te versnellen om een goede training te hebben uitgevoerd.
4. Je combineert snelheid en duurvermogen
Korte intervallen leggen, afhankelijk van de uitvoering, vaak meer nadruk op snelheid of een hoge zuurstofopname.
Bij langere intervallen kun je een stevige aerobe trainingsprikkel creëren en tegelijkertijd je tempovastheid ontwikkelen.
Daarom vormen 3 × 3 km-blokken een interessante aanvulling op rustige duurlopen en kortere intervaltrainingen.
Voor welke wedstrijdafstand is 3 × 3 km geschikt?

Een van de voordelen van deze training is dat je dezelfde structuur voor verschillende wedstrijdafstanden kunt gebruiken.
Je past vooral het tempo en de herstelduur aan.
| Wedstrijd | Intensiteit | Herstel |
|---|---|---|
| 5 km | Rond drempeltempo, niet 5 km-wedstrijdtempo | 2–3 min joggen |
| 10 km | Rond thresholdtempo of iets sneller voor gevorderden | 2–3 min |
| Halve marathon | Rond drempel- tot halve marathontempo | 2–3 min |
| Marathon | Rond marathontempo of iets sneller | 2–3 min |
Belangrijk: 3 × 3 km is een relatief omvangrijke kwaliteitstraining. Voor beginners is het verstandiger om eerst kortere blokken op te bouwen, bijvoorbeeld 3 × 5 minuten of 3 × 1 kilometer.
Hoe snel moet je 3 × 3 km lopen?
Het juiste tempo hangt af van je huidige conditie en het doel van de training.
Stel dat je een halve marathon in 1u30 kunt lopen. Je gemiddelde wedstrijdtempo is dan ongeveer 4:16/km.
Je zou een 3 × 3 km-training bijvoorbeeld rond je actuele drempeltempo kunnen uitvoeren. Dat tempo moet je bepalen op basis van recente prestaties, eventueel een lactaattest en hoe de inspanning aanvoelt.
Voor een marathonloper kan dezelfde training juist worden uitgevoerd op het beoogde marathontempo.
Het is belangrijk om je trainingssnelheid niet uitsluitend af te leiden uit een ambitieuze toekomstige eindtijd.
Gebruik je hartslag als controle
Je hartslag kan nuttige informatie geven over de intensiteit.
Wanneer je tijdens het eerste blok al veel hoger zit dan verwacht en je hartslag in het tweede en derde blok sterk blijft oplopen, kan dat betekenen dat je te snel loopt.
Toch is hartslag niet allesbepalend.
Temperatuur, wind, vermoeidheid, cafeïne en hydratatie beïnvloeden de gemeten waarden.
Combineer daarom tempo en hartslag met je ervaren inspanning.

Praktijkvoorbeeld: mijn 3 × 3 km-training richting de marathon
Tijdens mijn voorbereiding op de marathon van Spijkenisse heb ik deze training gebruikt om opnieuw langere blokken rond mijn beoogde marathontempo te lopen.
Na mijn eerdere marathonpoging in Etten-Leur, die na 23 kilometer eindigde, wilde ik mijn trainingsritme hervatten en controleren hoe mijn lichaam reageerde op een stevige maar beheersbare inspanning.
Mijn doel is opnieuw een marathon rond of onder 2u40 te lopen. Dat vraagt een gemiddeld tempo van ongeveer 3:47/km.
Daarom zijn langere blokken rond 3:45/km interessant binnen mijn voorbereiding.
Bij een tempo van 3:45/km duurt een blok van drie kilometer 11 minuten en 15 seconden.
Drie blokken leveren dan samen 33 minuten en 45 seconden aan kwalitatieve looptijd op.
De bedoeling is niet om elke herhaling maximaal te lopen, maar om het tempo technisch en conditioneel zo gecontroleerd mogelijk af te werken.
Een goede 3 × 3 km-training vertelt me vooral hoe beheersbaar het tempo voelt. Het is geen bewijs dat ik hetzelfde tempo ook 42,195 kilometer kan volhouden.
Daarvoor blijven lange duurlopen, voldoende herstel, voeding en het totale trainingsvolume essentieel.
3 × 3 km of 6 × 1 km: wat is beter?
Beide trainingen kunnen waardevol zijn, maar ze hebben een ander karakter.
Bij 6 × 1 kilometer kun je, afhankelijk van de pauzes, vaak een hogere snelheid lopen.
Bij 3 × 3 kilometer ligt de nadruk meer op langdurige tempocontrole.
| Kenmerk | 3 × 3 km | 6 × 1 km |
|---|---|---|
| Snelle kilometers | 9 km | 6 km |
| Lengte inspanning | Lang | Korter |
| Mogelijke intensiteit | Drempel/marathon | Drempel/VO₂max |
| Tempovastheid | Sterke nadruk | Minder langdurige blokken |
| Geschikt voor | 10 km, halve en hele marathon | 5 km tot marathon |
De ene training is niet automatisch beter dan de andere.
Het belangrijkste is dat je kiest op basis van het doel van je trainingsweek.
Hoe vaak mag je 3 × 3 km trainen?
Voor veel ervaren recreatieve hardlopers is één langere interval- of thresholdtraining per week voldoende.
Je hoeft deze specifieke training ook niet wekelijks te herhalen.
Afwisseling kan nuttig zijn:
-
Week 1: 3 × 2 km.
-
Week 2: 3 × 3 km.
-
Week 3: 2 × 4 km.
-
Week 4: lichtere trainingsweek.
De juiste opbouw hangt af van je trainingsgeschiedenis en herstel.
Wanneer je al meerdere intensieve sessies per week uitvoert, moet je opletten dat de totale belasting niet te hoog wordt.
Voorbeeld van een trainingsweek met 3 × 3 km
Voor een ervaren loper die vier tot vijf keer per week traint, kan een schema er als volgt uitzien:
| Dag | Training |
|---|---|
| Maandag | Rust of lichte krachttraining |
| Dinsdag | 3 × 3 km met 2–3 min herstel |
| Woensdag | 8–10 km rustige duurloop |
| Donderdag | 10–12 km rustig |
| Vrijdag | Rust |
| Zaterdag | 6–8 km herstel |
| Zondag | 18–24 km lange duurloop |
Dit is een voorbeeld voor een loper met voldoende trainingsbasis. Pas de afstanden aan je eigen niveau aan.
Bij een marathonvoorbereiding met een hoog weekvolume kunnen aanvullende rustige kilometers worden toegevoegd, zolang je voldoende herstelt.
Veelgemaakte fouten bij 3 × 3 km

Te snel beginnen
De eerste drie kilometer voelen vaak relatief gemakkelijk.
Daardoor is de verleiding groot om sneller te lopen dan gepland.
Het gevolg is dat het derde blok een maximale inspanning wordt, terwijl dat niet de bedoeling was.
Te weinig herstel nemen
Een korte herstelpauze is nuttig, maar hoeft niet zo kort te zijn dat je het volgende blok niet goed kunt uitvoeren.
Bij drempeltraining is rustig joggen gedurende twee tot drie minuten vaak een praktisch uitgangspunt.
Te vaak maximaal trainen
Je hoeft niet iedere week te bewijzen hoe snel je negen kilometer kunt lopen.
Een training moet bijdragen aan je ontwikkeling, niet voortdurend als wedstrijd worden uitgevoerd.
Je tempo kiezen op basis van een droomtijd
Train vanuit je huidige conditie.
Wanneer je droomt van een marathon onder drie uur, betekent dat niet automatisch dat je alle trainingen aan 4:15/km moet uitvoeren.
Je actuele belastbaarheid blijft het uitgangspunt.
Veelgestelde vragen over 3 × 3 km intervaltraining
Is 3 × 3 km een thresholdtraining?
Dat kan, wanneer je de blokken rond je lactaatdrempel uitvoert. Loop je aan marathontempo, dan is het eerder een marathonspecifieke tempotraining.
Hoeveel rust neem je tussen 3 km-intervallen?
Twee tot drie minuten rustig joggen is een gebruikelijke keuze. Bij een andere trainingsintensiteit kan een kortere of langere pauze beter passen.
Is 3 × 3 km geschikt voor beginners?
Meestal is negen kilometer aan een stevig tempo te veel voor een beginnende loper. Start liever met kortere intervallen en bouw geleidelijk op.
Kun je 3 × 3 km op een loopband doen?
Ja. Een loopband is geschikt voor deze training omdat je de snelheid nauwkeurig kunt instellen.
Helpt 3 × 3 km om een snellere marathon te lopen?
Ja, als onderdeel van een uitgebalanceerd marathontrainingsschema. Het helpt bij het ontwikkelen van tempovastheid en specifieke duurcapaciteit, maar vervangt geen lange duurlopen.
Waarom 3 × 3 km een plaats verdient in je trainingsschema
De 3 × 3 km intervaltraining is een veelzijdige sessie voor hardlopers die hun tempo langer willen volhouden.
Door negen kilometer aan een gecontroleerde intensiteit te lopen, creëer je een waardevolle trainingsprikkel zonder dat je noodzakelijk maximaal moet gaan.
Voor 10 kilometerlopers kan de nadruk liggen op de lactaatdrempel. Voor halve marathonlopers helpt de training bij het ontwikkelen van wedstrijdspecifieke uithouding. Marathonlopers kunnen de blokken gebruiken om hun beoogde wedstrijdtempo te oefenen.
Het geheim zit niet in zo snel mogelijk lopen, maar in het kiezen van de juiste intensiteit en die consequent volhouden.
In mijn eigen marathonvoorbereiding gebruik ik deze training om mijn vorm richting Spijkenisse verder op te bouwen. Op RunningVibes deel ik ook mijn andere trainingen, ervaringen en praktische tips om slimmer en sneller te lopen.