BK Halve Marathon 2026: een nieuw persoonlijk record van 1:15:49 op mijn 41ste
8 maart 2026 | Wedstrijdverslag | RunningVibes
Op zondag 8 maart 2026 stond ik aan de start van het Belgisch kampioenschap halve marathon in Gent. Mijn doel was duidelijk: 1 uur en 16 minuten of sneller lopen. Na maanden trainen, veel kilometers maken en werken aan mijn snelheid wilde ik weten waar ik stond.
Het resultaat? Een nieuw persoonlijk record van 1:15:49, een gemiddeld wedstrijdtempo van ongeveer 3:36/km en een 29ste plaats bij de masters.
Maar de wedstrijd verliep niet helemaal zoals gepland. Een drukke start, een minder goede positionering en voortdurend wisselende loopgroepjes zorgden ervoor dat ik mijn strategie onderweg moest aanpassen.
Mijn wedstrijd in cijfers
| Onderdeel | Resultaat |
|---|---|
| Wedstrijd | BK Halve Marathon |
| Datum | 8 maart 2026 |
| Locatie | Gent, België |
| Eindtijd | 1:15:49 |
| GPS-afstand | 21,19 km |
| Gemiddeld tempo (GPS) | Circa 3:35/km |
| Eerste kilometer | 3:47/km |
| Snelste volledige kilometer | 3:32/km |
| Laatste 190 meter | 3:21/km |
| Plaats masters | 29ste |
De voorbereiding: voeding, cafeïne en opwarming
Mijn wedstrijddag begon met de gebruikelijke voorbereiding. Ik had mijn voeding en sportdranken klaargezet, waaronder bietensap, kersensap en een cafeïneshot.
Ook maakte ik een herstelshake klaar voor na de wedstrijd.
Voor mij is het belangrijk om de wedstrijddag zo voorspelbaar mogelijk te houden. Geen onnodige experimenten vlak voor de start, maar vertrouwen op de routine die ik tijdens trainingen heb opgebouwd.
Eenmaal aangekomen volgden losmakingsoefeningen, enkele korte loopstukken en versnellingen. De temperatuur voelde bij het wachten nog fris aan, maar na de opwarming waren de omstandigheden aangenaam om snel te lopen.
De start: meteen tijd verliezen door een slechte positie
Mijn oorspronkelijke plan was om ongeveer 3:30 per kilometer te lopen.
Dat bleek vanaf de eerste meters lastig.
Het deelnemersveld was druk en ik stond niet optimaal gepositioneerd. Inhalen was moeilijk en ook op de piste was het lastig om meteen bij het juiste groepje aan te sluiten.
Mijn eerste kilometer ging daardoor in 3:47.
Dat was duidelijk langzamer dan mijn geplande tempo. Toch besloot ik niet plotseling extreem te versnellen om verloren seconden terug te winnen.
Achteraf was dat waarschijnlijk een verstandige beslissing.
Een halve marathon duurt lang genoeg om jezelf in de eerste kilometers volledig op te blazen wanneer je te agressief probeert tijd goed te maken.

Kilometer 1–5: langzaam het juiste ritme vinden
Mijn eerste vijf kilometers:
| Kilometer | Tempo | Hartslag |
|---|---|---|
| 1 | 3:47/km | 147 bpm |
| 2 | 3:39/km | 162 bpm |
| 3 | 3:41/km | 162 bpm |
| 4 | 3:33/km | 166 bpm |
| 5 | 3:34/km | 166 bpm |
Na de eerste kilometers kwam mijn snelheid geleidelijk op gang.
Vooral kilometer vier en vijf waren belangrijk. Met 3:33 en 3:34/km kwam ik dichter bij het tempo dat ik oorspronkelijk voor ogen had.
Ondertussen bleef ik andere lopers inhalen en probeerde ik telkens aansluiting te vinden bij een volgend groepje.
Kilometer 6–10: van groep naar groep lopen
Tijdens een Belgisch kampioenschap zijn er gelukkig veel sterke lopers aanwezig.
Daardoor kon ik regelmatig aansluiten bij een groepje dat ongeveer mijn snelheid liep. Soms nam ik zelf even de kop, waarna ik opnieuw aansluiting zocht.
De kilometergegevens:
| Kilometer | Tempo | Hartslag |
|---|---|---|
| 6 | 3:41/km | 166 bpm |
| 7 | 3:34/km | 166 bpm |
| 8 | 3:40/km | 166 bpm |
| 9 | 3:34/km | 168 bpm |
| 10 | 3:38/km | 167 bpm |
Mijn hartslag bleef tijdens deze fase opvallend stabiel, ondanks de wisselende snelheid.
Ik voelde dat ik nog voldoende controle had om de tweede helft sterk af te werken.
Kilometer 11–15: het tempo vasthouden
Het middenstuk van de wedstrijd verliep bijzonder constant.
| Kilometer | Tempo | Hartslag |
|---|---|---|
| 11 | 3:32/km | 168 bpm |
| 12 | 3:34/km | 169 bpm |
| 13 | 3:34/km | 170 bpm |
| 14 | 3:35/km | 168 bpm |
| 15 | 3:32/km | 170 bpm |
Dit was misschien wel het sterkste gedeelte van mijn halve marathon.
Vijf opeenvolgende kilometers tussen 3:32 en 3:35/km, terwijl mijn hartslag rond 168–170 bpm bleef.
De combinatie van snelheid en controle gaf vertrouwen. Ik moest werken, maar mijn tempo zakte niet weg.

Kilometer 16–21: vermoeidheid, maar nauwelijks verval
Tijdens de laatste kilometers wordt een halve marathon echt zwaar.
De benen worden vermoeider, de hartslag stijgt en het vraagt steeds meer concentratie om dezelfde snelheid vast te houden.
Toch bleef ik bijzonder constant lopen.
| Kilometer | Tempo | Hartslag |
|---|---|---|
| 16 | 3:38/km | 171 bpm |
| 17 | 3:37/km | 170 bpm |
| 18 | 3:36/km | 171 bpm |
| 19 | 3:35/km | 171 bpm |
| 20 | 3:37/km | 172 bpm |
| 21 | 3:35/km | 172 bpm |
Wat ik hier vooral interessant vind, is dat mijn tempo nauwelijks terugviel.
Ondanks de oplopende hartslag bleef ik rond 3:35–3:38/km lopen.
De laatste kilometer voelde bijzonder zwaar, maar ik had nog voldoende energie om alles eruit te persen.
Mijn GPS registreerde de laatste 190 meter aan ongeveer 3:21/km.
De finish: 1:15:49 en een nieuw persoonlijk record
Toen ik de finish bereikte, stond de klok op 1:15:49.
Doel behaald.
Ik wilde onder 1:16 lopen en dat was gelukt. Bovendien eindigde ik als 29ste bij de masters.
Op mijn 40ste opnieuw een persoonlijk record lopen, bevestigt voor mij dat er nog progressie mogelijk is.
Niet alleen door harder te trainen, maar vooral door training, herstel, wedstrijdstrategie en ervaring goed te combineren.
Wat leert mijn hartslag over deze wedstrijd?
Mijn hartslag ontwikkelde zich geleidelijk tijdens de wedstrijd:
-
Kilometer 1: 147 bpm
-
Kilometer 5: 166 bpm
-
Kilometer 10: 167 bpm
-
Kilometer 15: 170 bpm
-
Kilometer 20: 172 bpm
-
Finish: 172 bpm
Opvallend is dat ik na de eerste kilometers relatief weinig hartslagstijging zag in verhouding tot de geleverde inspanning.
Vanaf kilometer 15 liep mijn hartslag verder op, maar bleef mijn snelheid stabiel.
Dat is voor mij een interessante indicatie van mijn uithoudingsvermogen en het vermogen om onder vermoeidheid een hoog tempo vast te houden.
Een hartslaggrafiek alleen vertelt natuurlijk niet alles. Temperatuur, wind, vermoeidheid en het parcours spelen eveneens een rol.

Vijf lessen uit mijn halve marathon
1. Startpositie is belangrijker dan je denkt
Wanneer je een snelle eindtijd nastreeft, kunnen de eerste honderden meters een groot verschil maken.
Bij een drukke start verlies je gemakkelijk tijd wanneer je te ver naar achter staat.
2. Probeer verloren tijd niet onmiddellijk goed te maken
Mijn eerste kilometer was 3:47, terwijl ik op 3:30 had gemikt.
In plaats van een extreme versnelling te forceren, werkte ik geleidelijk naar mijn gewenste wedstrijdritme.
3. Loopgroepjes kunnen helpen
Tijdens de wedstrijd kon ik van groep naar groep lopen. Dat hielp om een regelmatig tempo aan te houden en mijn inspanning te verdelen.
4. Train om je tempo onder vermoeidheid vast te houden
Van kilometer 15 tot 21 bleef mijn tempo binnen een smalle marge.
Dat is precies wat ik met mijn duurtrainingen en tempoblokken probeer te ontwikkelen.
5. Ook na je veertigste kun je sneller worden
Deze wedstrijd bevestigt dat leeftijd niet automatisch betekent dat je persoonlijke records achter je liggen.
Progressie wordt moeilijker naarmate je niveau stijgt, maar gerichte training en voldoende herstel blijven belangrijk.
Wat is mijn volgende doel?
Met 1:15:49 op de halve marathon heb ik een mooie stap gezet.
Maar ik wil verder.
De volgende uitdaging is om mijn snelheid verder te ontwikkelen en uiteindelijk richting 1:13–1:14 op de halve marathon te gaan.
Dat vraagt opnieuw een combinatie van aerobe training, gerichte tempoblokken, snelheid en voldoende herstel.
De belangrijkste les van deze wedstrijd? Zelfs wanneer je start niet ideaal verloopt, kun je met geduld en een goed ingedeelde inspanning alsnog je doel bereiken.
Volg RunningVibes voor mijn verdere trainingen, wedstrijden en persoonlijke experimenten rond sneller hardlopen.